06 jun
28 dagen tot De Tour 'Die epo was voor mijn schoonmoeder bedoeld' en andere dopingssmoesjes
'Die epo was voor mijn schoonmoeder bedoeld' en andere dopingssmoesjes

Doping is taboe in de wielerwereld en mocht er toch een renner positief uit de controle komen, dan doen ze hun uiterste best om de meest bizarre verhalen te verzinnen om te worden vrijgesproken. Zo dopeerde de Amerikaanse renner Tyler Hamilton zich met zuurstofrijk bloed van iemand anders. Nadat hij betrapt werd zei hij: “Dat is het bloed van mijn tweelingbroer, die stierf in de baarmoeder. Zijn foetus is in mijn lichaam beland.” De epo, groeihormonen en testosteron, die bij Raimondas Rumsas werden gevonden, zouden voor zijn schoonmoeder bestemd zijn geweest en Eddy Merckx beweerde dat iemand amfetamines in zijn bidon had gedaan, toen hij in de kerk zat te bidden.

De merkwaardige excuses zijn vermakelijk maar waarom vinden we het eigenlijk zo erg dat er doping wordt gebruikt? “Doping is allang niet meer een gewoon probleem in de sport, het is een gigantische emotie geworden” zegt wielertrainer en psycholoog Bram Brouwer (Open Universiteit) in een interview met NRC. In zijn proefschrift Doping als drogreden beargumenteert hij dat doping vooral werkt als placebo-effect en zijn an sich veel minder prestatie bevorderend dan we denken. Waar komt al die emotie dan vandaan? “De gangbare mening is: wielrenners zijn bedriegers want ze gebruiken doping” verklaart Brouwer. “Dat noemen we in de psychologie een bevestigingsvertekening. Elk geval van een positief bevonden renner wordt direct aangegrepen om het gangbare inzicht te bevestigen.”

Meer weten over dit psychologische principe? Filosoof prof. Herman Philipse (Filosofie en religiewetenschap, UU) sprak bij Studium Generale over de valkuilen in ons denken. Kijk de lezing ‘Waarschijnlijkheid en drogredenen’ terug, of lees het bijbehorende blog.

Scheur naar Voeding

Meer verdieping? Check www.sg.uu.nl